aannemen has 198 translations in 15 languages

translations of aannemen

NLENEnglish27 translations
NLESSpanish22 translations
  • coger(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • adoptar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen, waarschijnlijkheid, wetten]
  • aceptar(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, to receive officially, waarschijnlijkheid, wetten]
  • recibir(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • admitir(v)[aanvaarden, accepteren]
  • reconocer(v)[aanvaarden, accepteren]
  • suponer(v)[accepteren, conclude; believe, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, theorize; hypothesize, waarschijnlijkheid, wetten]
  • dar por sentado(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • presumir(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • asumir(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • aprobar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • creer(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • tomar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • emplear(v)[beroep]
  • contratar(v)[beroep]
  • dar trabajo a(v)[beroep]
  • poner a trabajar(v)[beroep]
  • promulgar(v)[wetten]
  • decretar(v)[wetten]
  • crédito(n v)[acceptance of a belief or claim]{m}
  • imitar(v)[kleur, methode]
  • ahijar(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen]
NLFRFrench19 translations
  • prendre[accepteren, aanvaarden, wetten, waarschijnlijkheid, take up as an example, methode, kleur, kind, hypothese, geloven, feit]
  • adopter[feit, wetten, waarschijnlijkheid, to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen, methode, kleur, kind, hypothese, geloven, accepteren, accept, support, take as one’s own]
  • accepter[aanvaarden, wetten, waarschijnlijkheid, kleur, kind, geloven, feit, accepteren, hypothese]
  • recevoir[kind, wetten, waarschijnlijkheid, kleur, hypothese, geloven, feit, accepteren, aanvaarden]
  • admettre[wetten, waarschijnlijkheid, kleur, geloven, kind, feit, accepteren, aanvaarden, hypothese]
  • supposer[kind, wetten, waarschijnlijkheid, theorize; hypothesize, kleur, hypothese, geloven, feit, conclude; believe, accepteren]
  • présumer[wetten, waarschijnlijkheid, kleur, kind, geloven, feit, accepteren, hypothese]
  • croire[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • crédit(n v)[acceptance of a belief or claim]{m}
  • engager[beroep]
  • employer[beroep]
  • imaginer(v)[conclude; believe]
  • accueillir(v adj)[to receive officially]
  • décréter[wetten]
  • promulguer[wetten]
  • épouser(v)[accept, support, take as one’s own]
  • imiter[kleur, methode]
  • avancer une supposition[feit]
  • poser en principe[feit]
NLDEGerman18 translations
NLITItalian23 translations
  • emanare(v)[wetten]
  • prendere(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • adottare(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen, waarschijnlijkheid, wetten]
  • accettare(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, to receive officially, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ricevere(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • capire(v)[aanvaarden, accepteren]
  • riconoscere(v)[aanvaarden, accepteren]
  • presupporre(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • supporre(v)[accepteren, conclude; believe, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, theorize; hypothesize, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ritenere(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • dare per scontato(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ammettere(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • approvare(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • presumere(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • credere(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • assumere(v)[To begin to have or exhibit, accepteren, beroep, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • dare lavoro a(v)[beroep]
  • impiegare(v)[beroep]
  • immaginare(v)[conclude; believe]
  • emettere(v)[wetten]
  • promulgare(v)[wetten]
  • imitare(v)[kleur, methode]
  • prendere le sembianze(v)[To begin to have or exhibit](v)
NLPTPortuguese25 translations
  • crédito(n v)[acceptance of a belief or claim]{m}
  • tomar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • adotar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen, waarschijnlijkheid, wetten]
  • aceitar(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, to receive officially, waarschijnlijkheid, wetten]
  • receber(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • admitir(v)[aanvaarden, accepteren]
  • supor(v)[accepteren, conclude; believe, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, theorize; hypothesize, waarschijnlijkheid, wetten]
  • presumir(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • tomar como certo(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • imaginar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • crer(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • apoiar(v)[accept, support, take as one’s own]
  • partir do princípio(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • aprovar(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • assumir(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • acreditar(n v)[acceptance of a belief or claim, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • empregar(v)[beroep]
  • contratar(v)[beroep]
  • dar emprego a(v)[beroep]
  • decretar(v)[wetten]
  • promulgar(v)[wetten]
  • crença(n v)[acceptance of a belief or claim]{f}
  • imitar(v)[kleur, methode]
  • postular(v)[feit]
  • pressupor(v)[feit]
NLSVSwedish23 translations
  • adoptera(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen, waarschijnlijkheid, wetten]
  • acceptera(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • motta(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ta emot(v)[aanvaarden, accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • godta(v)[aanvaarden, accepteren]
  • uppta(v)[kleur, methode]
  • anta(v)[accepteren, conclude; believe, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, theorize; hypothesize, waarschijnlijkheid, wetten]
  • förmoda(v)[accepteren, conclude; believe, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • förutsätta(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, theorize; hypothesize, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ta för givet(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • ponera(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • offentliggöra(v)[wetten]
  • godkänna(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • tro(v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, waarschijnlijkheid, wetten]
  • (v)[accepteren, feit, geloven, hypothese, kind, kleur, methode, waarschijnlijkheid, wetten]
  • sysselsätta(v)[beroep]
  • anställa(v)[beroep]
  • ge arbete åt(v)[beroep]
  • utfärda(v)[wetten]
  • antaga(v)[wetten]
  • trovärdighet(n v)[acceptance of a belief or claim](u)
  • ta efter(v)[kleur, methode]
  • postulera(v)[feit]
NLCSCzech7 translations
  • předpokládat(v)[conclude; believe, theorize; hypothesize]
  • přijmout(v adj)[to receive officially]
  • přijímat(v adj)[to receive officially]
  • domnívat se(v)[conclude; believe]
  • akceptovat(v adj)[to receive officially]
  • adoptovat(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen]
  • osvojit(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen](v)
NLPLPolish2 translations
NLBGBulgarian5 translations
NLHUHungarian5 translations
  • feltételez(v)[theorize; hypothesize]
  • feltesz(v)[conclude; believe]
  • befogad(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen](v adj)
  • adoptál(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen](v)
  • örökbe fogad(v)[to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen](v)
NLAFAfrikaans4 translations
NLRURussian10 translations
NLJAJapanese6 translations
NLVIVietnamese2 translations