Search term controleren has 17 results
NL Dutch EN English
controleren {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
supervise
  • supervised
  • supervise
  • supervise
  • supervised
  • supervised
controleren (n v) [check or investigate particularly] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
vet (n v) [check or investigate particularly] (informal)
  • vetted
  • vet
  • vet
  • vetted
  • vetted
controleren [vergelijking] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
verify [vergelijking]
  • verified
  • verify
  • verify
  • verified
  • verified
controleren [feit] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
verify [feit]
  • verified
  • verify
  • verify
  • verified
  • verified
controleren [boekhouding] {n} checking [boekhouding]
controleren [boekhouding] {n} auditing [boekhouding]
controleren [bedrijf] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
direct [bedrijf]
  • directed
  • direct
  • direct
  • directed
  • directed
controleren [apparaat] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
test [apparaat]
  • tested
  • test
  • test
  • tested
  • tested
controleren [regel] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
control [regel]
  • controlled
  • control
  • control
  • controlled
  • controlled
controleren [invloed] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
control [invloed]
  • controlled
  • control
  • control
  • controlled
  • controlled
controleren [bedrijf] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
control [bedrijf]
  • controlled
  • control
  • control
  • controlled
  • controlled
controleren [vergelijking] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
check [vergelijking]
  • checked
  • check
  • check
  • checked
  • checked
controleren [feit] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
check [feit]
  • checked
  • check
  • check
  • checked
  • checked
controleren [apparaat] {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
check [apparaat]
  • checked
  • check
  • check
  • checked
  • checked
controleren [vergelijking] {n} check out [vergelijking]
controleren {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
verify
  • verified
  • verify
  • verify
  • verified
  • verified
controleren {n}
  • gecontroleerd
  • controleert
  • controleren
  • controleerde
  • controleerden
audit
  • audited
  • audit
  • audit
  • audited
  • audited

Dutch English translations

NL Synonyms for controleren EN Translations
natrekken [checken] check
nazien [checken] n grade
nagaan [checken] explore
beoordelen [keuren] criticise
ijken [keuren] calibrate
onderzoeken [keuren] find out
proeven [keuren] sample
testen [keuren] n try
inspecteren [keuren] revise
keuren [beoordelen] criticize
vergelijken [collationeren] compare
verifiëren [collationeren] find out
checken [collationeren] vet (informal)