verdiepen has 0 translations in 0 languages
No translations found :(
Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdiepend
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdiept
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens verdiep verdiept verdiept verdiepen verdiepen verdiepen
Imperfect verdiepte verdiepte verdiepte verdiepten verdiepten verdiepten
Toekomende tijd I zal verdiepen zult verdiepen zal verdiepen zullen verdiepen zullen verdiepen zullen verdiepen
Conditionalis I zou verdiepen zou verdiepen zou verdiepen zouden verdiepen zouden verdiepen zouden verdiepen
Perfectum heb verdiept hebt verdiept heeft verdiept hebben verdiept hebben verdiept hebben verdiept
Voltooid verleden tijd had verdiept had verdiept had verdiept hadden verdiept hadden verdiept hadden verdiept
Toekomende tijd II zal verdiept hebben zult verdiept hebben zal verdiept hebben zullen verdiept hebben zullen verdiept hebben zullen verdiept hebben
Conditionalis II zou hebben verdiept zou hebben verdiept zou hebben verdiept zouden hebben verdiept zouden hebben verdiept zouden hebben verdiept
Imperatief - verdiep - verdiept -

Full conjugation of verdiepen

Synonyms for verdiepen

  1. Meaning: intensiveren [v]
  2. Meaning: heviger maken [v]
    verdiepen, versterken, intensiveren