verdichten has 28 translations in 7 languages

translations of verdichten

Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdichtend
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdicht
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens verdicht verdicht verdicht verdichten verdichten verdichten
Imperfect verdichtte verdichtte verdichtte verdichtten verdichtten verdichtten
Toekomende tijd I zal verdichten zult verdichten zal verdichten zullen verdichten zullen verdichten zullen verdichten
Conditionalis I zou verdichten zou verdichten zou verdichten zouden verdichten zouden verdichten zouden verdichten
Perfectum heb verdicht hebt verdicht heeft verdicht hebben verdicht hebben verdicht hebben verdicht
Voltooid verleden tijd had verdicht had verdicht had verdicht hadden verdicht hadden verdicht hadden verdicht
Toekomende tijd II zal verdicht hebben zult verdicht hebben zal verdicht hebben zullen verdicht hebben zullen verdicht hebben zullen verdicht hebben
Conditionalis II zou hebben verdicht zou hebben verdicht zou hebben verdicht zouden hebben verdicht zouden hebben verdicht zouden hebben verdicht
Imperatief - verdicht - verdicht -

Full conjugation of verdichten

Words similar to verdichten