vaststellen has 84 translations in 13 languages

translations of vaststellen

NL EN English 8 translations
NL ES Spanish 12 translations
  • establecer (v) [algemeen, To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate, tijd, positie, oorzaak, probleem, zin, waarheid]
  • constatar (v) [algemeen, oorzaak, probleem, positie, zin, waarheid]
  • evaluar (v) [belastingen]
  • tasar (v) [belastingen]
  • valorar (v) [belastingen]
  • determinar (v) [algemeen, to set the limits of, zin, tijd, waarheid, positie, probleem, oorzaak]
  • encontrar (v) [probleem, algemeen, oorzaak, waarheid, zin, positie]
  • identificar (v) [oorzaak, algemeen, positie, zin, probleem, waarheid]
  • declarar (v) [tijd]
  • especificar (v) [tijd]
  • localizar (v) [probleem, oorzaak, positie, algemeen, zin, waarheid]
  • fijar (v) [tijd]
NL FR French 11 translations
  • constater [oorzaak, positie, probleem, zin, algemeen, waarheid]
  • établir [zin, oorzaak, waarheid, positie, probleem, algemeen]
  • déterminer [zin, tijd, algemeen, waarheid, oorzaak, positie, probleem, to set the limits of]
  • identifier [oorzaak, waarheid, zin, positie, probleem, algemeen]
  • évaluer [belastingen]
  • trouver [waarheid, positie, zin, algemeen, oorzaak, probleem]
  • apprécier [belastingen]
  • localiser [probleem, oorzaak, algemeen, waarheid, zin, positie]
  • fixer [tijd]
  • préciser [tijd]
  • spécifier [tijd]
NL DE German 10 translations
  • feststellen (v) [positie, probleem, waarheid, zin, algemeen, oorzaak]
  • festsetzen (v) [tijd, To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate]
  • festlegen (v) [To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate, tijd]
  • festhalten (v)
  • bestimmen (v) [zin, to set the limits of]
  • etablieren (v) [To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate]
  • abschätzen (v) [belastingen]
  • bewerten (v) [belastingen]
  • eingrenzen (v) [to set the limits of]
  • begründen (v) [To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate]
NL IT Italian 13 translations
  • valutare (v) [belastingen]
  • fissare (v) [algemeen, oorzaak, zin, waarheid, tijd, probleem, positie]
  • constatare (v) [oorzaak, zin, algemeen, positie, probleem, waarheid]
  • stabilire (v) [tijd, oorzaak, algemeen, zin, probleem, waarheid, positie]
  • stimare (v) [belastingen]
  • scoprire (v) [zin, probleem, positie, waarheid, algemeen, oorzaak]
  • trovare (v) [zin, probleem, positie, waarheid, algemeen, oorzaak]
  • indicare (v) [tijd]
  • dichiarare (v) [tijd]
  • identificare (v) [waarheid, zin, probleem, positie, algemeen, oorzaak]
  • localizzare (v) [oorzaak, zin, algemeen, waarheid, positie, probleem]
  • determinare (v) [algemeen, oorzaak, zin, probleem, positie, waarheid]
  • specificare (v) [tijd]
NL PT Portuguese 11 translations
  • estabelecer (v) [zin, algemeen, positie, probleem, To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate, tijd, oorzaak, waarheid]
  • constatar (v) [algemeen, zin, probleem, oorzaak, waarheid, positie]
  • avaliar (v) [belastingen]
  • determinar (v) [tijd, algemeen, probleem, waarheid, oorzaak, zin, to set the limits of, positie]
  • marcar (v) [tijd]
  • fixar (v) [tijd]
  • localizar (v) [zin, oorzaak, algemeen, waarheid, positie, probleem]
  • definir (v) [probleem, positie, waarheid, zin, oorzaak, algemeen]
  • indicar (v) [tijd]
  • especificar (v) [tijd]
  • identificar (v) [zin, waarheid, positie, oorzaak, algemeen, probleem]
NL SV Swedish 7 translations
  • fastställa (v) [waarheid, positie, zin, oorzaak, algemeen, tijd, probleem]
  • konstatera (v) [waarheid, zin, algemeen, positie, probleem, oorzaak]
  • värdera (v) [belastingen]
  • bestämma (v) [tijd]
  • uppskatta (v) [belastingen]
  • beräkna (v) [waarheid, algemeen, oorzaak, zin, positie, probleem]
  • bedöma (v) [belastingen]
NL CS Czech 1 translation
  • určit (n) [to set the limits of]
NL PL Polish 1 translation
  • ustalić (n) [To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate]
NL BG Bulgarian 2 translations
NL RU Russian 4 translations
NL ZH Chinese 1 translation
  • 證實 [To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate] (v)
NL JA Japanese 3 translations
Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord vaststellend
Tegenwoordig en verleden deelwoord vastgesteld
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens stel vast stelt vast stelt vast stellen vast stellen vast stellen vast
Imperfect stelde vast stelde vast stelde vast stelden vast stelden vast stelden vast
Toekomende tijd I zal vaststellen zult vaststellen zal vaststellen zullen vaststellen zullen vaststellen zullen vaststellen
Conditionalis I zou vaststellen zou vaststellen zou vaststellen zouden vaststellen zouden vaststellen zouden vaststellen
Perfectum heb vastgesteld hebt vastgesteld heeft vastgesteld hebben vastgesteld hebben vastgesteld hebben vastgesteld
Voltooid verleden tijd had vastgesteld had vastgesteld had vastgesteld hadden vastgesteld hadden vastgesteld hadden vastgesteld
Toekomende tijd II zal vastgesteld hebben zult vastgesteld hebben zal vastgesteld hebben zullen vastgesteld hebben zullen vastgesteld hebben zullen vastgesteld hebben
Conditionalis II zou hebben vastgesteld zou hebben vastgesteld zou hebben vastgesteld zouden hebben vastgesteld zouden hebben vastgesteld zouden hebben vastgesteld
Imperatief - stel vast - stelt vast -

Full conjugation of vaststellen

Synonyms for vaststellen

  1. Meaning: beslissen [v]
    voorschrijven, vaststellen
  2. Meaning: beoordelen [v]
    bepalen, evalueren, vaststellen
  3. Meaning: constateren [v]
    opmerken, wijzen op, vaststellen
  4. Meaning: constateren [v]
    meten {n}, nagaan, uitrekenen, vaststellen, bepalen
  5. Meaning: bepalen [v]

Words similar to vaststellen

AF Afrikaans
SL Slovenian