opfrissen has 16 translations in 7 languages

translations of opfrissen

EN English 2 translations
ES Spanish 2 translations
FR French 5 translations
DE German 1 translation
IT Italian 2 translations
PT Portuguese 2 translations
SV Swedish 2 translations
Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord opfrissend
Tegenwoordig en verleden deelwoord opgefrist
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens fris op frist op frist op frissen op frissen op frissen op
Imperfect friste op friste op friste op fristen op fristen op fristen op
Toekomende tijd I zal opfrissen zult opfrissen zal opfrissen zullen opfrissen zullen opfrissen zullen opfrissen
Conditionalis I zou opfrissen zou opfrissen zou opfrissen zouden opfrissen zouden opfrissen zouden opfrissen
Perfectum heb opgefrist hebt opgefrist heeft opgefrist hebben opgefrist hebben opgefrist hebben opgefrist
Voltooid verleden tijd had opgefrist had opgefrist had opgefrist hadden opgefrist hadden opgefrist hadden opgefrist
Toekomende tijd II zal opgefrist hebben zult opgefrist hebben zal opgefrist hebben zullen opgefrist hebben zullen opgefrist hebben zullen opgefrist hebben
Conditionalis II zou hebben opgefrist zou hebben opgefrist zou hebben opgefrist zouden hebben opgefrist zouden hebben opgefrist zouden hebben opgefrist
Imperatief - fris op - frist op -

Full conjugation of opfrissen