bewerken has 44 translations in 7 languages

translations of bewerken

NL EN English 6 translations
NL ES Spanish 6 translations
NL FR French 7 translations
NL DE German 7 translations
NL IT Italian 6 translations
NL PT Portuguese 6 translations
NL SV Swedish 6 translations
Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord bewerkend
Tegenwoordig en verleden deelwoord bewerkt
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens bewerk bewerkt bewerkt bewerken bewerken bewerken
Imperfect bewerkte bewerkte bewerkte bewerkten bewerkten bewerkten
Toekomende tijd I zal bewerken zult bewerken zal bewerken zullen bewerken zullen bewerken zullen bewerken
Conditionalis I zou bewerken zou bewerken zou bewerken zouden bewerken zouden bewerken zouden bewerken
Perfectum heb bewerkt hebt bewerkt heeft bewerkt hebben bewerkt hebben bewerkt hebben bewerkt
Voltooid verleden tijd had bewerkt had bewerkt had bewerkt hadden bewerkt hadden bewerkt hadden bewerkt
Toekomende tijd II zal bewerkt hebben zult bewerkt hebben zal bewerkt hebben zullen bewerkt hebben zullen bewerkt hebben zullen bewerkt hebben
Conditionalis II zou hebben bewerkt zou hebben bewerkt zou hebben bewerkt zouden hebben bewerkt zouden hebben bewerkt zouden hebben bewerkt
Imperatief - bewerk - bewerkt -

Full conjugation of bewerken

Synonyms for bewerken

  1. Meaning: beeldhouwen [v]
    decoreren, versieren {n}, bewerken {n}
  2. Meaning: bepraten [v]
  3. Meaning: bewerkstelligen [v]
  4. Meaning: aanpassen [v]
    omwerken, bewerken {n}
  5. Meaning: bewerken [v]
    bewerken {n}, omwerken

Words similar to bewerken