bevruchten has 15 translations in 7 languages

translations of bevruchten

NL EN English 3 translations
NL ES Spanish 3 translations
NL FR French 2 translations
NL DE German 1 translation
NL IT Italian 2 translations
NL PT Portuguese 2 translations
NL SV Swedish 2 translations
Imperatives and participles
Tegenwoordig en verleden deelwoord bevruchtend
Tegenwoordig en verleden deelwoord bevrucht
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens bevrucht bevrucht bevrucht bevruchten bevruchten bevruchten
Imperfect bevruchtte bevruchtte bevruchtte bevruchtten bevruchtten bevruchtten
Toekomende tijd I zal bevruchten zult bevruchten zal bevruchten zullen bevruchten zullen bevruchten zullen bevruchten
Conditionalis I zou bevruchten zou bevruchten zou bevruchten zouden bevruchten zouden bevruchten zouden bevruchten
Perfectum heb bevrucht hebt bevrucht heeft bevrucht hebben bevrucht hebben bevrucht hebben bevrucht
Voltooid verleden tijd had bevrucht had bevrucht had bevrucht hadden bevrucht hadden bevrucht hadden bevrucht
Toekomende tijd II zal bevrucht hebben zult bevrucht hebben zal bevrucht hebben zullen bevrucht hebben zullen bevrucht hebben zullen bevrucht hebben
Conditionalis II zou hebben bevrucht zou hebben bevrucht zou hebben bevrucht zouden hebben bevrucht zouden hebben bevrucht zouden hebben bevrucht
Imperatief - bevrucht - bevrucht -

Full conjugation of bevruchten

Synonyms for bevruchten

  1. Meaning: bespringen [v]
    bevruchten, neuken, paren, dekken