Dutch Dutch

no translation found for vulgarizeren


Verbformen von vulgarizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord vulgarizerend und gevulgarizeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens vulgarizeer vulgarizeert vulgarizeert vulgarizeren vulgarizeren vulgarizeren
Imperfect vulgarizeerde vulgarizeerde vulgarizeerde vulgarizeerden vulgarizeerden vulgarizeerden
Toekomende tijd I zal vulgarizeren zult vulgarizeren zal vulgarizeren zullen vulgarizeren zullen vulgarizeren zullen vulgarizeren
Conditionalis I zou vulgarizeren zou vulgarizeren zou vulgarizeren zouden vulgarizeren zouden vulgarizeren zouden vulgarizeren
Perfectum heb gevulgarizeerd hebt gevulgarizeerd heeft gevulgarizeerd hebben gevulgarizeerd hebben gevulgarizeerd hebben gevulgarizeerd
Voltooid verleden tijd had gevulgarizeerd had gevulgarizeerd had gevulgarizeerd hadden gevulgarizeerd hadden gevulgarizeerd hadden gevulgarizeerd
Toekomende tijd II zal gevulgarizeerd hebben zult gevulgarizeerd hebben zal gevulgarizeerd hebben zullen gevulgarizeerd hebben zullen gevulgarizeerd hebben zullen gevulgarizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gevulgarizeerd zou hebben gevulgarizeerd zou hebben gevulgarizeerd zouden hebben gevulgarizeerd zouden hebben gevulgarizeerd zouden hebben gevulgarizeerd
Imperatief - vulgarizeer - - vulgarizeert -
translation - vulgarizeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000