search term:

vulgariseren

  has one meaning

Dutch Dutch

vulgariseren (nieuws)

English English

popularize (nieuws) vulgarize (nieuws)

German German

popularisieren (nieuws)

French French

populariser (nieuws) vulgariser (nieuws)

Italian Italian

divulgare (nieuws) volgarizzare (nieuws)

Spanish Spanish

popularizar (nieuws) vulgarizar (nieuws)

Portuguese Portuguese

divulgar (nieuws) popularizar (nieuws)

Swedish Swedish

popularisera (nieuws) sprida (nieuws)


Verb forms of vulgariseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord vulgariserend und gevulgariseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens vulgariseer vulgariseert vulgariseert vulgariseren vulgariseren vulgariseren
Imperfect vulgariseerde vulgariseerde vulgariseerde vulgariseerden vulgariseerden vulgariseerden
Toekomende tijd I zal vulgariseren zult vulgariseren zal vulgariseren zullen vulgariseren zullen vulgariseren zullen vulgariseren
Conditionalis I zou vulgariseren zou vulgariseren zou vulgariseren zouden vulgariseren zouden vulgariseren zouden vulgariseren
Perfectum heb gevulgariseerd hebt gevulgariseerd heeft gevulgariseerd hebben gevulgariseerd hebben gevulgariseerd hebben gevulgariseerd
Voltooid verleden tijd had gevulgariseerd had gevulgariseerd had gevulgariseerd hadden gevulgariseerd hadden gevulgariseerd hadden gevulgariseerd
Toekomende tijd II zal gevulgariseerd hebben zult gevulgariseerd hebben zal gevulgariseerd hebben zullen gevulgariseerd hebben zullen gevulgariseerd hebben zullen gevulgariseerd hebben
Conditionalis II zou hebben gevulgariseerd zou hebben gevulgariseerd zou hebben gevulgariseerd zouden hebben gevulgariseerd zouden hebben gevulgariseerd zouden hebben gevulgariseerd
Imperatief - vulgariseer - - vulgariseert -
translation - vulgariseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000