voorafbepaald
has one meaning
Dutch
German
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- vooraf overeengekomen
- vooraf overeenkomen
- vooraf vastgelegd
- vooraf vastleggen
- vooraf veroordeeld
voorafbepaald
- voorafbetalen
- voorafbetaling
- voorafgaan
- voorafgaand
- voorafgaand feit
- voorafje
- voorafschaduwen
- vooral
- vooraleer
- vooralsnog
- voorarm
- voorarrest
- vooravond
- voorbakken
- voorbarig
- voorbarige conclusies trekken
- voorbedingen
- voorbeeld
- voorbeeld bij uitstek
- voorbeeldenboek
- voorbeeldgeefster
- voorbeeldgever
- voorbeeldig
- voorbehoedmiddel
- voorbehoeds-

