- voor zichzelf sprekend
- voor zichzelf uitmaken
- voor zijn rekening nemen
- voor zoveel mij aangaat
- voor zwaar werk
voor-
- voor- en nadelen
- voor- en tegenspoed
- vooraan
- vooraanstaand
- vooraf
- vooraf beoordelen
- vooraf bepaald
- vooraf bepalen
- vooraf bestaan
- vooraf instellen
- vooraf opgevat
- vooraf opvatten
- vooraf overeengekomen
- vooraf overeenkomen
- vooraf vastgelegd
- vooraf vastleggen
- vooraf veroordeeld
- voorafbepaald
- voorafbetalen
- voorafbetaling
- voorafgaan
- voorafgaand
- voorafgaand feit
- voorafje
- voorafschaduwen

