Dutch
Portuguese
Verb forms of volschrijven
| - | vol | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | volschrijvend | und | volgeschreven |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | schrijf vol | schrijft vol | schrijft vol | schrijven vol | schrijven vol | schrijven vol |
| Imperfect | schreef vol | schreef vol | schreef vol | schreven vol | schreven vol | schreven vol |
| Toekomende tijd I | zal volschrijven | zult volschrijven | zal volschrijven | zullen volschrijven | zullen volschrijven | zullen volschrijven |
| Conditionalis I | zou volschrijven | zou volschrijven | zou volschrijven | zouden volschrijven | zouden volschrijven | zouden volschrijven |
| Perfectum | heb volgeschreven | hebt volgeschreven | heeft volgeschreven | hebben volgeschreven | hebben volgeschreven | hebben volgeschreven |
| Voltooid verleden tijd | had volgeschreven | had volgeschreven | had volgeschreven | hadden volgeschreven | hadden volgeschreven | hadden volgeschreven |
| Toekomende tijd II | zal volgeschreven hebben | zult volgeschreven hebben | zal volgeschreven hebben | zullen volgeschreven hebben | zullen volgeschreven hebben | zullen volgeschreven hebben |
| Conditionalis II | zou hebben volgeschreven | zou hebben volgeschreven | zou hebben volgeschreven | zouden hebben volgeschreven | zouden hebben volgeschreven | zouden hebben volgeschreven |
| Imperatief | - | schrijf vol | - | - | schrijft vol | - |
- volprijzen
- volproppen
- volraken
- volschenken
- volschieten
volschrijven
- volslagen
- volspuiten
- volstaan
- volstampen
- volstapelen
- volstoppen
- volstorten
- volstouwen
- volstrekt
- volstrekt niet
- volstrekt niets
- volstromen
- volt
- voltage
- voltallig
- voltanken
- voltigeren
- voltijds
- voltooid
- voltooid deelwoord
- voltooid tegenwoordige tijd
- voltooid verleden tijd
- voltooid voorwaardelijke wijs
- voltooien
- voltooiing

