search term:

voeren

  has, 4 synonym groups and 9 synonyms

Dutch Dutch

voeren (dieren, persoon)

English English

conduct (persoon) feed (dieren) guide (persoon) lead (persoon)

German German

Futter geben (dieren) führen (persoon) füttern (dieren) leiten (persoon)

French French

conduire (persoon) donner la pâture à (dieren) donner à manger à (dieren) guider (persoon) nourrir (dieren)

Italian Italian

accompagnare (persoon) alimentare (dieren) cibare (dieren) dar da mangiare a (dieren) guidare (persoon) nutrire (dieren) portare (persoon)

Spanish Spanish

alimentar (dieren) conducir (persoon) dar de comer (dieren) guiar (persoon) nutrir (dieren)

Portuguese Portuguese

alimentar (dieren) conduzir (persoon) dar de comer (dieren) dirigir (persoon) guiar (persoon)

Swedish Swedish

föra (persoon) leda (persoon) ledsaga (persoon) utfodra (dieren)


Verb forms of voeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord voerend und gevoerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens voer voert voert voeren voeren voeren
Imperfect voerde voerde voerde voerden voerden voerden
Toekomende tijd I zal voeren zult voeren zal voeren zullen voeren zullen voeren zullen voeren
Conditionalis I zou voeren zou voeren zou voeren zouden voeren zouden voeren zouden voeren
Perfectum heb gevoerd hebt gevoerd heeft gevoerd hebben gevoerd hebben gevoerd hebben gevoerd
Voltooid verleden tijd had gevoerd had gevoerd had gevoerd hadden gevoerd hadden gevoerd hadden gevoerd
Toekomende tijd II zal gevoerd hebben zult gevoerd hebben zal gevoerd hebben zullen gevoerd hebben zullen gevoerd hebben zullen gevoerd hebben
Conditionalis II zou hebben gevoerd zou hebben gevoerd zou hebben gevoerd zouden hebben gevoerd zouden hebben gevoerd zouden hebben gevoerd
Imperatief - voer - - voert -
translation - voeren translate | Dutch dictionary
     

.: synonyms for voeren

leiden
begeleiden, brengen, de weg wijzen, meenemen
houden
beheren, drijven
mesten
mesten [v]
plagen
pesten, stangen
All Synonyms for voeren