Dutch
Portuguese
Verbformen von vlinderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | vlinderend | und | gevlinderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vlinder | vlindert | vlindert | vlinderen | vlinderen | vlinderen |
| Imperfect | vlinderde | vlinderde | vlinderde | vlinderden | vlinderden | vlinderden |
| Toekomende tijd I | zal vlinderen | zult vlinderen | zal vlinderen | zullen vlinderen | zullen vlinderen | zullen vlinderen |
| Conditionalis I | zou vlinderen | zou vlinderen | zou vlinderen | zouden vlinderen | zouden vlinderen | zouden vlinderen |
| Perfectum | heb gevlinderd | hebt gevlinderd | heeft gevlinderd | hebben gevlinderd | hebben gevlinderd | hebben gevlinderd |
| Voltooid verleden tijd | had gevlinderd | had gevlinderd | had gevlinderd | hadden gevlinderd | hadden gevlinderd | hadden gevlinderd |
| Toekomende tijd II | zal gevlinderd hebben | zult gevlinderd hebben | zal gevlinderd hebben | zullen gevlinderd hebben | zullen gevlinderd hebben | zullen gevlinderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gevlinderd | zou hebben gevlinderd | zou hebben gevlinderd | zouden hebben gevlinderd | zouden hebben gevlinderd | zouden hebben gevlinderd |
| Imperatief | - | vlinder | - | - | vlindert | - |
- vlijt
- vlijtig
- vlijtigheid
- vlinder
- vlinderdas
vlinderen
- vlinderslag
- vlo
- vloed
- vloedgolf
- vloedwater
- vloei
- vloeibaar
- vloeibaar maken
- vloeibaar worden
- vloeibaarheid
- vloeibaarmaking
- vloeien
- vloeiend
- vloeiendheid
- vloeimiddel
- vloeipapier
- vloeistof
- vloek
- vloeken
- vloer
- vloeren
- vloerkleed
- vloerplank
- vloertegel
- vlok

