Dutch Dutch

no translation found for verdietsen

English English

German German

French French

Italian Italian

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

Swedish Swedish



Verb forms of verdietsen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdietsend und verdietst

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens verdiets verdietst verdietst verdietsen verdietsen verdietsen
Imperfect verdietste verdietste verdietste verdietsten verdietsten verdietsten
Toekomende tijd I zal verdietsen zult verdietsen zal verdietsen zullen verdietsen zullen verdietsen zullen verdietsen
Conditionalis I zou verdietsen zou verdietsen zou verdietsen zouden verdietsen zouden verdietsen zouden verdietsen
Perfectum heb verdietst hebt verdietst heeft verdietst hebben verdietst hebben verdietst hebben verdietst
Voltooid verleden tijd had verdietst had verdietst had verdietst hadden verdietst hadden verdietst hadden verdietst
Toekomende tijd II zal verdietst hebben zult verdietst hebben zal verdietst hebben zullen verdietst hebben zullen verdietst hebben zullen verdietst hebben
Conditionalis II zou hebben verdietst zou hebben verdietst zou hebben verdietst zouden hebben verdietst zouden hebben verdietst zouden hebben verdietst
Imperatief - verdiets - - verdietst -
translation - verdietsen translate | Dutch dictionary