Dutch Dutch

verdichten (fysica)

English English

compress (fysica) compression (fysica) condense (fysica)

German German

Kompression (fysica) Komprimieren (fysica) Verdichtung (fysica) komprimieren (fysica) kondensieren (fysica) verdichten (fysica) zusammenpressen (fysica)

French French

compression (fysica) comprimer (fysica) condenser (fysica)

Italian Italian

compressione (fysica) comprimere (fysica) condensare (fysica) condensarsi (fysica)

Spanish Spanish

compresión (fysica) comprimir (fysica) condensar (fysica) condensarse (fysica)

Portuguese Portuguese

compressão (fysica) comprimir (fysica) condensar (fysica) liquefazer (fysica)

Swedish Swedish

förtäta (fysica) kondensera (fysica) pressa ihop (fysica)


Verb forms of verdichten

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord verdichtend und verdicht

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens verdicht verdicht verdicht verdichten verdichten verdichten
Imperfect verdichtte verdichtte verdichtte verdichtten verdichtten verdichtten
Toekomende tijd I zal verdichten zult verdichten zal verdichten zullen verdichten zullen verdichten zullen verdichten
Conditionalis I zou verdichten zou verdichten zou verdichten zouden verdichten zouden verdichten zouden verdichten
Perfectum heb verdicht hebt verdicht heeft verdicht hebben verdicht hebben verdicht hebben verdicht
Voltooid verleden tijd had verdicht had verdicht had verdicht hadden verdicht hadden verdicht hadden verdicht
Toekomende tijd II zal verdicht hebben zult verdicht hebben zal verdicht hebben zullen verdicht hebben zullen verdicht hebben zullen verdicht hebben
Conditionalis II zou hebben verdicht zou hebben verdicht zou hebben verdicht zouden hebben verdicht zouden hebben verdicht zouden hebben verdicht
Imperatief - verdicht - - verdicht -
translation - verdichten translate | Dutch dictionary