Dutch Dutch

no translation found for vagebonderen


Verbformen von vagebonderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord vagebonderend und gevagebondeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens vagebondeer vagebondeert vagebondeert vagebonderen vagebonderen vagebonderen
Imperfect vagebondeerde vagebondeerde vagebondeerde vagebondeerden vagebondeerden vagebondeerden
Toekomende tijd I zal vagebonderen zult vagebonderen zal vagebonderen zullen vagebonderen zullen vagebonderen zullen vagebonderen
Conditionalis I zou vagebonderen zou vagebonderen zou vagebonderen zouden vagebonderen zouden vagebonderen zouden vagebonderen
Perfectum heb gevagebondeerd hebt gevagebondeerd heeft gevagebondeerd hebben gevagebondeerd hebben gevagebondeerd hebben gevagebondeerd
Voltooid verleden tijd had gevagebondeerd had gevagebondeerd had gevagebondeerd hadden gevagebondeerd hadden gevagebondeerd hadden gevagebondeerd
Toekomende tijd II zal gevagebondeerd hebben zult gevagebondeerd hebben zal gevagebondeerd hebben zullen gevagebondeerd hebben zullen gevagebondeerd hebben zullen gevagebondeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gevagebondeerd zou hebben gevagebondeerd zou hebben gevagebondeerd zouden hebben gevagebondeerd zouden hebben gevagebondeerd zouden hebben gevagebondeerd
Imperatief - vagebondeer - - vagebondeert -
translation - vagebonderen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000