search term:

uitlokken

  has one meaning, 2 synonym groups and 2 synonyms

Dutch Dutch

uitlokken (oorzaak)

English English

provoke (oorzaak)

German German

auslösen (oorzaak) hervorrufen (oorzaak)

French French

provoquer (oorzaak) susciter (oorzaak)

Italian Italian

causare (oorzaak) far nascere (oorzaak) provocare (oorzaak)

Spanish Spanish

provocar (oorzaak)

Portuguese Portuguese

causar (oorzaak) provocar (oorzaak)

Swedish Swedish

framkalla (oorzaak) provocera (oorzaak)


Verb forms of uitlokken

- uit
Tegenwoordig en verleden deelwoord uitlokkend und uitgelokt

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens lok uit lokt uit lokt uit lokken uit lokken uit lokken uit
Imperfect lokte uit lokte uit lokte uit lokten uit lokten uit lokten uit
Toekomende tijd I zal uitlokken zult uitlokken zal uitlokken zullen uitlokken zullen uitlokken zullen uitlokken
Conditionalis I zou uitlokken zou uitlokken zou uitlokken zouden uitlokken zouden uitlokken zouden uitlokken
Perfectum heb uitgelokt hebt uitgelokt heeft uitgelokt hebben uitgelokt hebben uitgelokt hebben uitgelokt
Voltooid verleden tijd had uitgelokt had uitgelokt had uitgelokt hadden uitgelokt hadden uitgelokt hadden uitgelokt
Toekomende tijd II zal uitgelokt hebben zult uitgelokt hebben zal uitgelokt hebben zullen uitgelokt hebben zullen uitgelokt hebben zullen uitgelokt hebben
Conditionalis II zou hebben uitgelokt zou hebben uitgelokt zou hebben uitgelokt zouden hebben uitgelokt zouden hebben uitgelokt zouden hebben uitgelokt
Imperatief - lok uit - - lokt uit -
translation - uitlokken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000