uitlokken
has one meaning, 2 synonym groups and 2 synonymsVerb forms of uitlokken
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitlokkend | und | uitgelokt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | lok uit | lokt uit | lokt uit | lokken uit | lokken uit | lokken uit |
| Imperfect | lokte uit | lokte uit | lokte uit | lokten uit | lokten uit | lokten uit |
| Toekomende tijd I | zal uitlokken | zult uitlokken | zal uitlokken | zullen uitlokken | zullen uitlokken | zullen uitlokken |
| Conditionalis I | zou uitlokken | zou uitlokken | zou uitlokken | zouden uitlokken | zouden uitlokken | zouden uitlokken |
| Perfectum | heb uitgelokt | hebt uitgelokt | heeft uitgelokt | hebben uitgelokt | hebben uitgelokt | hebben uitgelokt |
| Voltooid verleden tijd | had uitgelokt | had uitgelokt | had uitgelokt | hadden uitgelokt | hadden uitgelokt | hadden uitgelokt |
| Toekomende tijd II | zal uitgelokt hebben | zult uitgelokt hebben | zal uitgelokt hebben | zullen uitgelokt hebben | zullen uitgelokt hebben | zullen uitgelokt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgelokt | zou hebben uitgelokt | zou hebben uitgelokt | zouden hebben uitgelokt | zouden hebben uitgelokt | zouden hebben uitgelokt |
| Imperatief | - | lok uit | - | - | lokt uit | - |
synonyms for uitlokken
- uitlichten
- uitlijnen
- uitlikken
- uitlogen
- uitloggen
uitlokken
- uitloodsen
- uitlopen
- uitloper
- uitlopers
- uitloten
- uitloven
- uitlozen
- uitluchten
- uitluiden
- uitluisteren
- uitmaken
- uitmalen
- uitmelken
- uitmergelen
- uitmergeling
- uitmesten
- uitmeten
- uitmikken
- uitmonden
- uitmonsteren
- uitmoorden
- uitmunten
- uitmuntend
- uitneembaar
- uitnemen

