uitlogen
has one meaning, one synonym group and one synonym
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of uitlogen
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitlogend | und | uitgeloogd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | loog uit | loogt uit | loogt uit | logen uit | logen uit | logen uit |
| Imperfect | loogde uit | loogde uit | loogde uit | loogden uit | loogden uit | loogden uit |
| Toekomende tijd I | zal uitlogen | zult uitlogen | zal uitlogen | zullen uitlogen | zullen uitlogen | zullen uitlogen |
| Conditionalis I | zou uitlogen | zou uitlogen | zou uitlogen | zouden uitlogen | zouden uitlogen | zouden uitlogen |
| Perfectum | heb uitgeloogd | hebt uitgeloogd | heeft uitgeloogd | hebben uitgeloogd | hebben uitgeloogd | hebben uitgeloogd |
| Voltooid verleden tijd | had uitgeloogd | had uitgeloogd | had uitgeloogd | hadden uitgeloogd | hadden uitgeloogd | hadden uitgeloogd |
| Toekomende tijd II | zal uitgeloogd hebben | zult uitgeloogd hebben | zal uitgeloogd hebben | zullen uitgeloogd hebben | zullen uitgeloogd hebben | zullen uitgeloogd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgeloogd | zou hebben uitgeloogd | zou hebben uitgeloogd | zouden hebben uitgeloogd | zouden hebben uitgeloogd | zouden hebben uitgeloogd |
| Imperatief | - | loog uit | - | - | loogt uit | - |
synonyms for uitlogen
- uitlevering
- uitlezen
- uitlichten
- uitlijnen
- uitlikken
uitlogen
- uitloggen
- uitlokken
- uitloodsen
- uitlopen
- uitloper
- uitlopers
- uitloten
- uitloven
- uitlozen
- uitluchten
- uitluiden
- uitluisteren
- uitmaken
- uitmalen
- uitmelken
- uitmergelen
- uitmergeling
- uitmesten
- uitmeten
- uitmikken
- uitmonden
- uitmonsteren
- uitmoorden
- uitmunten
- uitmuntend

