Dutch
Portuguese
Verb forms of uitdelgen
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitdelgend | und | uitgedelgd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | delg uit | delgt uit | delgt uit | delgen uit | delgen uit | delgen uit |
| Imperfect | delgde uit | delgde uit | delgde uit | delgden uit | delgden uit | delgden uit |
| Toekomende tijd I | zal uitdelgen | zult uitdelgen | zal uitdelgen | zullen uitdelgen | zullen uitdelgen | zullen uitdelgen |
| Conditionalis I | zou uitdelgen | zou uitdelgen | zou uitdelgen | zouden uitdelgen | zouden uitdelgen | zouden uitdelgen |
| Perfectum | heb uitgedelgd | hebt uitgedelgd | heeft uitgedelgd | hebben uitgedelgd | hebben uitgedelgd | hebben uitgedelgd |
| Voltooid verleden tijd | had uitgedelgd | had uitgedelgd | had uitgedelgd | hadden uitgedelgd | hadden uitgedelgd | hadden uitgedelgd |
| Toekomende tijd II | zal uitgedelgd hebben | zult uitgedelgd hebben | zal uitgedelgd hebben | zullen uitgedelgd hebben | zullen uitgedelgd hebben | zullen uitgedelgd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgedelgd | zou hebben uitgedelgd | zou hebben uitgedelgd | zouden hebben uitgedelgd | zouden hebben uitgedelgd | zouden hebben uitgedelgd |
| Imperatief | - | delg uit | - | - | delgt uit | - |
- uitdager
- uitdaging
- uitdampen
- uitdamping
- uitdelen
uitdelgen
- uitdelven
- uitdempen
- uitdenken
- uitdeuken
- uitdienen
- uitdiepen
- uitdijen
- uitdoen
- uitdoezelen
- uitdokteren
- uitdorsen
- uitdossen
- uitdoven
- uitdraai
- uitdraaien
- uitdraaien op
- uitdragen
- uitdrijven
- uitdrijver
- uitdrijving
- uitdrinken
- uitdrogen
- uitdroppelen
- uitdroppen
- uitdruipen

