Dutch Dutch

no translation found for trotten


Verbformen von trotten

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord trottend und getrot

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens trot trot trot trotten trotten trotten
Imperfect trotte trotte trotte trotten trotten trotten
Toekomende tijd I zal trotten zult trotten zal trotten zullen trotten zullen trotten zullen trotten
Conditionalis I zou trotten zou trotten zou trotten zouden trotten zouden trotten zouden trotten
Perfectum heb getrot hebt getrot heeft getrot hebben getrot hebben getrot hebben getrot
Voltooid verleden tijd had getrot had getrot had getrot hadden getrot hadden getrot hadden getrot
Toekomende tijd II zal getrot hebben zult getrot hebben zal getrot hebben zullen getrot hebben zullen getrot hebben zullen getrot hebben
Conditionalis II zou hebben getrot zou hebben getrot zou hebben getrot zouden hebben getrot zouden hebben getrot zouden hebben getrot
Imperatief - trot - - trot -
translation - trotten translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000