Dutch Dutch

no translation found for trivialiseren


Verbformen von trivialiseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord trivialiserend und getrivialiseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens trivialiseer trivialiseert trivialiseert trivialiseren trivialiseren trivialiseren
Imperfect trivialiseerde trivialiseerde trivialiseerde trivialiseerden trivialiseerden trivialiseerden
Toekomende tijd I zal trivialiseren zult trivialiseren zal trivialiseren zullen trivialiseren zullen trivialiseren zullen trivialiseren
Conditionalis I zou trivialiseren zou trivialiseren zou trivialiseren zouden trivialiseren zouden trivialiseren zouden trivialiseren
Perfectum heb getrivialiseerd hebt getrivialiseerd heeft getrivialiseerd hebben getrivialiseerd hebben getrivialiseerd hebben getrivialiseerd
Voltooid verleden tijd had getrivialiseerd had getrivialiseerd had getrivialiseerd hadden getrivialiseerd hadden getrivialiseerd hadden getrivialiseerd
Toekomende tijd II zal getrivialiseerd hebben zult getrivialiseerd hebben zal getrivialiseerd hebben zullen getrivialiseerd hebben zullen getrivialiseerd hebben zullen getrivialiseerd hebben
Conditionalis II zou hebben getrivialiseerd zou hebben getrivialiseerd zou hebben getrivialiseerd zouden hebben getrivialiseerd zouden hebben getrivialiseerd zouden hebben getrivialiseerd
Imperatief - trivialiseer - - trivialiseert -
translation - trivialiseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000