triplex
has 2 meanings
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- triomflied
- triomfwagen
- triool
- trip
- tripleren
triplex
- tripliceren
- trippelen
- trippen
- triptiek
- triptrappen
- trismus
- tritsen
- triumviraat
- triviaal
- trivialiseren
- trivialiteit
- triëren
- trochee
- trocheus
- troebel
- troebleren
- troef
- troef spelen
- troefkaart
- troep
- troep leeuwen
- troepen
- troepenmacht
- troepentransportschip
- troeteldier

