Dutch Dutch

no translation found for travesteren


Verbformen von travesteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord travesterend und getravesteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens travesteer travesteert travesteert travesteren travesteren travesteren
Imperfect travesteerde travesteerde travesteerde travesteerden travesteerden travesteerden
Toekomende tijd I zal travesteren zult travesteren zal travesteren zullen travesteren zullen travesteren zullen travesteren
Conditionalis I zou travesteren zou travesteren zou travesteren zouden travesteren zouden travesteren zouden travesteren
Perfectum heb getravesteerd hebt getravesteerd heeft getravesteerd hebben getravesteerd hebben getravesteerd hebben getravesteerd
Voltooid verleden tijd had getravesteerd had getravesteerd had getravesteerd hadden getravesteerd hadden getravesteerd hadden getravesteerd
Toekomende tijd II zal getravesteerd hebben zult getravesteerd hebben zal getravesteerd hebben zullen getravesteerd hebben zullen getravesteerd hebben zullen getravesteerd hebben
Conditionalis II zou hebben getravesteerd zou hebben getravesteerd zou hebben getravesteerd zouden hebben getravesteerd zouden hebben getravesteerd zouden hebben getravesteerd
Imperatief - travesteer - - travesteert -
translation - travesteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000