trapleuning
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- trapezium
- trapezoïde
- trapgans
- trapladder
- trapleer
trapleuning
- traploper
- trappelen
- trappen
- trappen in
- trappen op
- trappenhuis
- trappenlopen
- trapper
- trappist
- trapportaal
- trapsgewijs
- trapsgewijze
- trassen
- trasseren
- trauma
- traumatisch
- traumatiseren
- traumatizeren
- traven
- traverseren
- travesteren
- travestie
- travestiet
- trawlen
- trawler

