Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch traineren in WikipediaSearch traineren in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch traineren has meanings, 2 synonym groups and 3 synonyms

English

German

French

Italian

Spanish

Dutch

Portuguese

Swedish

Synonyms for traineren

achterblijven : treuzelen
ophouden : tegenwerken, vertragen

Verb forms of traineren

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord trainerend und getraineerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens traineer traineert traineert traineren traineren traineren
Imperfect traineerde traineerde traineerde traineerden traineerden traineerden
Toekomende tijd I zal traineren zult traineren zal traineren zullen traineren zullen traineren zullen traineren
Conditionalis I zou traineren zou traineren zou traineren zouden traineren zouden traineren zouden traineren
Perfectum heb getraineerd hebt getraineerd heeft getraineerd hebben getraineerd hebben getraineerd hebben getraineerd
Voltooid verleden tijd had getraineerd had getraineerd had getraineerd hadden getraineerd hadden getraineerd hadden getraineerd
Toekomende tijd II zal getraineerd hebben zult getraineerd hebben zal getraineerd hebben zullen getraineerd hebben zullen getraineerd hebben zullen getraineerd hebben
Conditionalis II zou hebben getraineerd zou hebben getraineerd zou hebben getraineerd zouden hebben getraineerd zouden hebben getraineerd zouden hebben getraineerd
Imperatief - traineer - - traineert -

traineren - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish