Dutch Dutch

no translation found for tempen


Verb forms of tempen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord tempend und getempt

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens temp tempt tempt tempen tempen tempen
Imperfect tempte tempte tempte tempten tempten tempten
Toekomende tijd I zal tempen zult tempen zal tempen zullen tempen zullen tempen zullen tempen
Conditionalis I zou tempen zou tempen zou tempen zouden tempen zouden tempen zouden tempen
Perfectum heb getempt hebt getempt heeft getempt hebben getempt hebben getempt hebben getempt
Voltooid verleden tijd had getempt had getempt had getempt hadden getempt hadden getempt hadden getempt
Toekomende tijd II zal getempt hebben zult getempt hebben zal getempt hebben zullen getempt hebben zullen getempt hebben zullen getempt hebben
Conditionalis II zou hebben getempt zou hebben getempt zou hebben getempt zouden hebben getempt zouden hebben getempt zouden hebben getempt
Imperatief - temp - - tempt -
translation - tempen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000