tabelleren
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of tabelleren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | tabellerend | und | getabelleerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | tabelleer | tabelleert | tabelleert | tabelleren | tabelleren | tabelleren |
| Imperfect | tabelleerde | tabelleerde | tabelleerde | tabelleerden | tabelleerden | tabelleerden |
| Toekomende tijd I | zal tabelleren | zult tabelleren | zal tabelleren | zullen tabelleren | zullen tabelleren | zullen tabelleren |
| Conditionalis I | zou tabelleren | zou tabelleren | zou tabelleren | zouden tabelleren | zouden tabelleren | zouden tabelleren |
| Perfectum | heb getabelleerd | hebt getabelleerd | heeft getabelleerd | hebben getabelleerd | hebben getabelleerd | hebben getabelleerd |
| Voltooid verleden tijd | had getabelleerd | had getabelleerd | had getabelleerd | hadden getabelleerd | hadden getabelleerd | hadden getabelleerd |
| Toekomende tijd II | zal getabelleerd hebben | zult getabelleerd hebben | zal getabelleerd hebben | zullen getabelleerd hebben | zullen getabelleerd hebben | zullen getabelleerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben getabelleerd | zou hebben getabelleerd | zou hebben getabelleerd | zouden hebben getabelleerd | zouden hebben getabelleerd | zouden hebben getabelleerd |
| Imperatief | - | tabelleer | - | - | tabelleert | - |
- tabascosaus
- tabel
- tabeleren
- tabellariseren
- tabellarizeren
tabelleren
- tabernakel
- tabernakelen
- table d'hôte
- tableau
- tableau vivant
- tablet
- taboe
- tabuleren
- tachograaf
- tachometer
- tachtig
- tachtiger
- tachtigjarige
- tachtigste
- tackelen
- tackle
- taco
- tact
- tacticus
- tactiek
- tactiek van de verschroeide aarde
- tactiel
- tactisch
- tactloos
- tactloosheid

