Dutch Dutch

no translation found for tabellarizeren


Verb forms of tabellarizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord tabellarizerend und getabellarizeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens tabellarizeer tabellarizeert tabellarizeert tabellarizeren tabellarizeren tabellarizeren
Imperfect tabellarizeerde tabellarizeerde tabellarizeerde tabellarizeerden tabellarizeerden tabellarizeerden
Toekomende tijd I zal tabellarizeren zult tabellarizeren zal tabellarizeren zullen tabellarizeren zullen tabellarizeren zullen tabellarizeren
Conditionalis I zou tabellarizeren zou tabellarizeren zou tabellarizeren zouden tabellarizeren zouden tabellarizeren zouden tabellarizeren
Perfectum heb getabellarizeerd hebt getabellarizeerd heeft getabellarizeerd hebben getabellarizeerd hebben getabellarizeerd hebben getabellarizeerd
Voltooid verleden tijd had getabellarizeerd had getabellarizeerd had getabellarizeerd hadden getabellarizeerd hadden getabellarizeerd hadden getabellarizeerd
Toekomende tijd II zal getabellarizeerd hebben zult getabellarizeerd hebben zal getabellarizeerd hebben zullen getabellarizeerd hebben zullen getabellarizeerd hebben zullen getabellarizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben getabellarizeerd zou hebben getabellarizeerd zou hebben getabellarizeerd zouden hebben getabellarizeerd zouden hebben getabellarizeerd zouden hebben getabellarizeerd
Imperatief - tabellarizeer - - tabellarizeert -
translation - tabellarizeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000