search term:

tabeleren

  has one meaning

Dutch Dutch

tabeleren (wiskunde)

English English

tabulation (wiskunde)

German German

Tabellarisierung (wiskunde)

French French

disposition en listes (wiskunde) disposition en tables (wiskunde) tabulation (wiskunde)

Italian Italian

tabulazione (wiskunde)

Spanish Spanish

tabulación (wiskunde)

Portuguese Portuguese

tabulação (wiskunde)


Verb forms of tabeleren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord tabelerend und getabeleerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens tabeleer tabeleert tabeleert tabeleren tabeleren tabeleren
Imperfect tabeleerde tabeleerde tabeleerde tabeleerden tabeleerden tabeleerden
Toekomende tijd I zal tabeleren zult tabeleren zal tabeleren zullen tabeleren zullen tabeleren zullen tabeleren
Conditionalis I zou tabeleren zou tabeleren zou tabeleren zouden tabeleren zouden tabeleren zouden tabeleren
Perfectum heb getabeleerd hebt getabeleerd heeft getabeleerd hebben getabeleerd hebben getabeleerd hebben getabeleerd
Voltooid verleden tijd had getabeleerd had getabeleerd had getabeleerd hadden getabeleerd hadden getabeleerd hadden getabeleerd
Toekomende tijd II zal getabeleerd hebben zult getabeleerd hebben zal getabeleerd hebben zullen getabeleerd hebben zullen getabeleerd hebben zullen getabeleerd hebben
Conditionalis II zou hebben getabeleerd zou hebben getabeleerd zou hebben getabeleerd zouden hebben getabeleerd zouden hebben getabeleerd zouden hebben getabeleerd
Imperatief - tabeleer - - tabeleert -
translation - tabeleren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000