Dutch Dutch

stuwen (nautisch)

English English

stow (nautisch)

German German

verstauen (nautisch)

French French

arrimer (nautisch)

Italian Italian

stivare (nautisch)

Spanish Spanish

estibar (nautisch)

Portuguese Portuguese

estivar (nautisch)

Swedish Swedish

stuva in (nautisch)


Verb forms of stuwen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord stuwend und gestuwd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens stuw stuwt stuwt stuwen stuwen stuwen
Imperfect stuwde stuwde stuwde stuwden stuwden stuwden
Toekomende tijd I zal stuwen zult stuwen zal stuwen zullen stuwen zullen stuwen zullen stuwen
Conditionalis I zou stuwen zou stuwen zou stuwen zouden stuwen zouden stuwen zouden stuwen
Perfectum heb gestuwd hebt gestuwd heeft gestuwd hebben gestuwd hebben gestuwd hebben gestuwd
Voltooid verleden tijd had gestuwd had gestuwd had gestuwd hadden gestuwd hadden gestuwd hadden gestuwd
Toekomende tijd II zal gestuwd hebben zult gestuwd hebben zal gestuwd hebben zullen gestuwd hebben zullen gestuwd hebben zullen gestuwd hebben
Conditionalis II zou hebben gestuwd zou hebben gestuwd zou hebben gestuwd zouden hebben gestuwd zouden hebben gestuwd zouden hebben gestuwd
Imperatief - stuw - - stuwt -
translation - stuwen translate | Dutch dictionary