search term:

sprenkelen

  has one meaning

Dutch Dutch

sprenkelen (water)

English English

sprinkle (water)

German German

sprenkeln (water)

French French

asperger (water)

Italian Italian

spargere (water) sparpagliare (water)

Spanish Spanish

rociar (water)

Portuguese Portuguese

borrifar (water) salpicar (water)

Swedish Swedish

bestänka (water)


Verb forms of sprenkelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord sprenkelend und gesprenkeld

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens sprenkel sprenkelt sprenkelt sprenkelen sprenkelen sprenkelen
Imperfect sprenkelde sprenkelde sprenkelde sprenkelden sprenkelden sprenkelden
Toekomende tijd I zal sprenkelen zult sprenkelen zal sprenkelen zullen sprenkelen zullen sprenkelen zullen sprenkelen
Conditionalis I zou sprenkelen zou sprenkelen zou sprenkelen zouden sprenkelen zouden sprenkelen zouden sprenkelen
Perfectum heb gesprenkeld hebt gesprenkeld heeft gesprenkeld hebben gesprenkeld hebben gesprenkeld hebben gesprenkeld
Voltooid verleden tijd had gesprenkeld had gesprenkeld had gesprenkeld hadden gesprenkeld hadden gesprenkeld hadden gesprenkeld
Toekomende tijd II zal gesprenkeld hebben zult gesprenkeld hebben zal gesprenkeld hebben zullen gesprenkeld hebben zullen gesprenkeld hebben zullen gesprenkeld hebben
Conditionalis II zou hebben gesprenkeld zou hebben gesprenkeld zou hebben gesprenkeld zouden hebben gesprenkeld zouden hebben gesprenkeld zouden hebben gesprenkeld
Imperatief - sprenkel - - sprenkelt -
translation - sprenkelen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000