Dutch
Portuguese
Verb forms of spirantizeren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | spirantizerend | und | gespirantizeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spirantizeer | spirantizeert | spirantizeert | spirantizeren | spirantizeren | spirantizeren |
| Imperfect | spirantizeerde | spirantizeerde | spirantizeerde | spirantizeerden | spirantizeerden | spirantizeerden |
| Toekomende tijd I | zal spirantizeren | zult spirantizeren | zal spirantizeren | zullen spirantizeren | zullen spirantizeren | zullen spirantizeren |
| Conditionalis I | zou spirantizeren | zou spirantizeren | zou spirantizeren | zouden spirantizeren | zouden spirantizeren | zouden spirantizeren |
| Perfectum | heb gespirantizeerd | hebt gespirantizeerd | heeft gespirantizeerd | hebben gespirantizeerd | hebben gespirantizeerd | hebben gespirantizeerd |
| Voltooid verleden tijd | had gespirantizeerd | had gespirantizeerd | had gespirantizeerd | hadden gespirantizeerd | hadden gespirantizeerd | hadden gespirantizeerd |
| Toekomende tijd II | zal gespirantizeerd hebben | zult gespirantizeerd hebben | zal gespirantizeerd hebben | zullen gespirantizeerd hebben | zullen gespirantizeerd hebben | zullen gespirantizeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gespirantizeerd | zou hebben gespirantizeerd | zou hebben gespirantizeerd | zouden hebben gespirantizeerd | zouden hebben gespirantizeerd | zouden hebben gespirantizeerd |
| Imperatief | - | spirantizeer | - | - | spirantizeert | - |
- spiraaltje
- spiraalveer
- spiraalvormig
- spirant
- spirantiseren
spirantizeren
- spiritisme
- spiritist
- spiritiste
- spiritistisch
- spiritualiteit
- spiritueel
- spiritus
- spit
- spit in de lendenen
- spits
- spits toelopen
- spitsen
- spitsmuis
- spitstechnologie
- spitsuur
- spitsvondig
- spitten
- spleet
- splijtbaar
- splijten
- splinter
- splinteren
- splintergroepering
- splinternieuw
- splinterpartij

