Dutch Dutch

no translation found for spirantiseren


Verb forms of spirantiseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord spirantiserend und gespirantiseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spirantiseer spirantiseert spirantiseert spirantiseren spirantiseren spirantiseren
Imperfect spirantiseerde spirantiseerde spirantiseerde spirantiseerden spirantiseerden spirantiseerden
Toekomende tijd I zal spirantiseren zult spirantiseren zal spirantiseren zullen spirantiseren zullen spirantiseren zullen spirantiseren
Conditionalis I zou spirantiseren zou spirantiseren zou spirantiseren zouden spirantiseren zouden spirantiseren zouden spirantiseren
Perfectum heb gespirantiseerd hebt gespirantiseerd heeft gespirantiseerd hebben gespirantiseerd hebben gespirantiseerd hebben gespirantiseerd
Voltooid verleden tijd had gespirantiseerd had gespirantiseerd had gespirantiseerd hadden gespirantiseerd hadden gespirantiseerd hadden gespirantiseerd
Toekomende tijd II zal gespirantiseerd hebben zult gespirantiseerd hebben zal gespirantiseerd hebben zullen gespirantiseerd hebben zullen gespirantiseerd hebben zullen gespirantiseerd hebben
Conditionalis II zou hebben gespirantiseerd zou hebben gespirantiseerd zou hebben gespirantiseerd zouden hebben gespirantiseerd zouden hebben gespirantiseerd zouden hebben gespirantiseerd
Imperatief - spirantiseer - - spirantiseert -
translation - spirantiseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000