search term:

sparen

  has 4 meanings, 4 synonym groups and 7 synonyms

Dutch Dutch

sparen (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met)

English English

conserve (zuinig omspringen met) save (geld, tijd, zuinig omspringen met) save up (geld) spare (algemeen, zuinig omspringen met) use sparingly (zuinig omspringen met)

German German

ersparen (algemeen, tijd) schonen (zuinig omspringen met) sparen (geld, tijd, zuinig omspringen met) sparsam gebrauchen (zuinig omspringen met)

French French

conserver (geld, tijd, zuinig omspringen met) gagner (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) mettre de côté (geld, tijd, zuinig omspringen met) user parcimonieusement (geld, tijd, zuinig omspringen met) économiser (geld, tijd, zuinig omspringen met) épargner (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met)

Italian Italian

conservare (geld, tijd, zuinig omspringen met) guadagnare (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) risparmiare (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met)

Spanish Spanish

ahorrar (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) conservar (geld, tijd, zuinig omspringen met) dispensar (algemeen, tijd) ganar (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) guardar (geld, tijd, zuinig omspringen met) reservar (geld, tijd, zuinig omspringen met)

Portuguese Portuguese

economizar (geld, tijd, zuinig omspringen met) ganhar (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) poupar (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) usar comedidamente (geld, tijd, zuinig omspringen met)

Swedish Swedish

använda sparsamt (geld, tijd, zuinig omspringen met) bespara (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) spara (algemeen, geld, tijd, zuinig omspringen met) spara på (geld, tijd, zuinig omspringen met)


Verb forms of sparen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord sparend und gespaard

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spaar spaart spaart sparen sparen sparen
Imperfect spaarde spaarde spaarde spaarden spaarden spaarden
Toekomende tijd I zal sparen zult sparen zal sparen zullen sparen zullen sparen zullen sparen
Conditionalis I zou sparen zou sparen zou sparen zouden sparen zouden sparen zouden sparen
Perfectum heb gespaard hebt gespaard heeft gespaard hebben gespaard hebben gespaard hebben gespaard
Voltooid verleden tijd had gespaard had gespaard had gespaard hadden gespaard hadden gespaard hadden gespaard
Toekomende tijd II zal gespaard hebben zult gespaard hebben zal gespaard hebben zullen gespaard hebben zullen gespaard hebben zullen gespaard hebben
Conditionalis II zou hebben gespaard zou hebben gespaard zou hebben gespaard zouden hebben gespaard zouden hebben gespaard zouden hebben gespaard
Imperatief - spaar - - spaart -
translation - sparen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000