search term:

souperen

  has one meaning

Dutch Dutch

souperen (maaltijd - avond)

English English

dine (maaltijd - avond) have dinner (maaltijd - avond) have supper (maaltijd - avond)

German German

das Abendessen einnehmen (maaltijd - avond) zu Abend essen (maaltijd - avond)

French French

dîner (maaltijd - avond) souper (maaltijd - avond)

Italian Italian

cenare (maaltijd - avond)

Spanish Spanish

cenar (maaltijd - avond)

Portuguese Portuguese

cear (maaltijd - avond) jantar (maaltijd - avond)

Swedish Swedish

äta kvällsmat (maaltijd - avond) äta middag (maaltijd - avond)


Verb forms of souperen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord souperend und gesoupeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens soupeer soupeert soupeert souperen souperen souperen
Imperfect soupeerde soupeerde soupeerde soupeerden soupeerden soupeerden
Toekomende tijd I zal souperen zult souperen zal souperen zullen souperen zullen souperen zullen souperen
Conditionalis I zou souperen zou souperen zou souperen zouden souperen zouden souperen zouden souperen
Perfectum heb gesoupeerd hebt gesoupeerd heeft gesoupeerd hebben gesoupeerd hebben gesoupeerd hebben gesoupeerd
Voltooid verleden tijd had gesoupeerd had gesoupeerd had gesoupeerd hadden gesoupeerd hadden gesoupeerd hadden gesoupeerd
Toekomende tijd II zal gesoupeerd hebben zult gesoupeerd hebben zal gesoupeerd hebben zullen gesoupeerd hebben zullen gesoupeerd hebben zullen gesoupeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gesoupeerd zou hebben gesoupeerd zou hebben gesoupeerd zouden hebben gesoupeerd zouden hebben gesoupeerd zouden hebben gesoupeerd
Imperatief - soupeer - - soupeert -
translation - souperen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000