Dutch
Portuguese
Verb forms of solmiseren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | solmiserend | und | gesolmiseerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | solmiseer | solmiseert | solmiseert | solmiseren | solmiseren | solmiseren |
| Imperfect | solmiseerde | solmiseerde | solmiseerde | solmiseerden | solmiseerden | solmiseerden |
| Toekomende tijd I | zal solmiseren | zult solmiseren | zal solmiseren | zullen solmiseren | zullen solmiseren | zullen solmiseren |
| Conditionalis I | zou solmiseren | zou solmiseren | zou solmiseren | zouden solmiseren | zouden solmiseren | zouden solmiseren |
| Perfectum | heb gesolmiseerd | hebt gesolmiseerd | heeft gesolmiseerd | hebben gesolmiseerd | hebben gesolmiseerd | hebben gesolmiseerd |
| Voltooid verleden tijd | had gesolmiseerd | had gesolmiseerd | had gesolmiseerd | hadden gesolmiseerd | hadden gesolmiseerd | hadden gesolmiseerd |
| Toekomende tijd II | zal gesolmiseerd hebben | zult gesolmiseerd hebben | zal gesolmiseerd hebben | zullen gesolmiseerd hebben | zullen gesolmiseerd hebben | zullen gesolmiseerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gesolmiseerd | zou hebben gesolmiseerd | zou hebben gesolmiseerd | zouden hebben gesolmiseerd | zouden hebben gesolmiseerd | zouden hebben gesolmiseerd |
| Imperatief | - | solmiseer | - | - | solmiseert | - |
- sollicitant
- sollicitante
- sollicitatie
- sollicitatiebrief
- solliciteren
solmiseren
- solmizeren
- solmiëren
- solo
- solstitium
- solvabel
- solvateren
- solvent
- solveren
- som
- somber
- somberheid
- sombrero
- sommen
- sommeren
- sommige
- somnambule
- somnambulisme
- somnolentie
- soms
- sonate
- sonde
- sondeerballon
- sonderen
- sonisch
- sonnet

