slaan
has 5 meanings, 9 synonym groups and 16 synonyms
Dutch
English
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verbformen von slaan
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | slaand | und | geslagen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | sla | slaat | slaat | slaan | slaan | slaan |
| Imperfect | sloeg | sloeg | sloeg | sloegen | sloegen | sloegen |
| Toekomende tijd I | zal slaan | zult slaan | zal slaan | zullen slaan | zullen slaan | zullen slaan |
| Conditionalis I | zou slaan | zou slaan | zou slaan | zouden slaan | zouden slaan | zouden slaan |
| Perfectum | heb geslagen | hebt geslagen | heeft geslagen | hebben geslagen | hebben geslagen | hebben geslagen |
| Voltooid verleden tijd | had geslagen | had geslagen | had geslagen | hadden geslagen | hadden geslagen | hadden geslagen |
| Toekomende tijd II | zal geslagen hebben | zult geslagen hebben | zal geslagen hebben | zullen geslagen hebben | zullen geslagen hebben | zullen geslagen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geslagen | zou hebben geslagen | zou hebben geslagen | zouden hebben geslagen | zouden hebben geslagen | zouden hebben geslagen |
| Imperatief | - | sla | - | - | slaat | - |
synonyms for slaan
meppen, mishandelen, raken, stompen, treffen
bevestigen
vastzetten
aanleggen
leggen, maken
overtreffen
verslaan
opslaan
richten
trappen
trappen [v]
bonken
bonzen, kloppen, tikken
klinken
luiden
klapperen
klapperen [v]
All Synonyms for slaan
- Slaaf
- slaafs
- slaafs herhalen
- slaafs werk
- slaafsheid
slaan
- slaan met
- slaan op
- slaap
- slaap lekker
- slaap wel
- slaapcoupé
- slaapdronken
- slaaphokje
- slaaphut
- slaapje
- slaapkamer
- slaapkameraad
- slaapkamertje
- slaapkop
- slaapliedje
- slaapmuis
- slaapmutsje
- slaappil
- slaapplaats
- slaaptablet
- slaapverwekkend
- slaapwagen
- slaapwandelaar
- slaapwandelaarster
- slaapwandelen

