Dutch Dutch

no translation found for sakrifiëren


Verb forms of sakrifiëren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord sakrifiërend und gesakrifieerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens sakrifieer sakrifieert sakrifieert sakrifiëren sakrifiëren sakrifiëren
Imperfect sakrifieerde sakrifieerde sakrifieerde sakrifieerden sakrifieerden sakrifieerden
Toekomende tijd I zal sakrifiëren zult sakrifiëren zal sakrifiëren zullen sakrifiëren zullen sakrifiëren zullen sakrifiëren
Conditionalis I zou sakrifiëren zou sakrifiëren zou sakrifiëren zouden sakrifiëren zouden sakrifiëren zouden sakrifiëren
Perfectum heb gesakrifieerd hebt gesakrifieerd heeft gesakrifieerd hebben gesakrifieerd hebben gesakrifieerd hebben gesakrifieerd
Voltooid verleden tijd had gesakrifieerd had gesakrifieerd had gesakrifieerd hadden gesakrifieerd hadden gesakrifieerd hadden gesakrifieerd
Toekomende tijd II zal gesakrifieerd hebben zult gesakrifieerd hebben zal gesakrifieerd hebben zullen gesakrifieerd hebben zullen gesakrifieerd hebben zullen gesakrifieerd hebben
Conditionalis II zou hebben gesakrifieerd zou hebben gesakrifieerd zou hebben gesakrifieerd zouden hebben gesakrifieerd zouden hebben gesakrifieerd zouden hebben gesakrifieerd
Imperatief - sakrifieer - - sakrifieert -
translation - sakrifiëren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000