Dutch Dutch

no translation found for sabberen


Verb forms of sabberen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord sabberend und gesabberd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens sabber sabbert sabbert sabberen sabberen sabberen
Imperfect sabberde sabberde sabberde sabberden sabberden sabberden
Toekomende tijd I zal sabberen zult sabberen zal sabberen zullen sabberen zullen sabberen zullen sabberen
Conditionalis I zou sabberen zou sabberen zou sabberen zouden sabberen zouden sabberen zouden sabberen
Perfectum heb gesabberd hebt gesabberd heeft gesabberd hebben gesabberd hebben gesabberd hebben gesabberd
Voltooid verleden tijd had gesabberd had gesabberd had gesabberd hadden gesabberd hadden gesabberd hadden gesabberd
Toekomende tijd II zal gesabberd hebben zult gesabberd hebben zal gesabberd hebben zullen gesabberd hebben zullen gesabberd hebben zullen gesabberd hebben
Conditionalis II zou hebben gesabberd zou hebben gesabberd zou hebben gesabberd zouden hebben gesabberd zouden hebben gesabberd zouden hebben gesabberd
Imperatief - sabber - - sabbert -
translation - sabberen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000