Dutch
Portuguese
Verbformen von rodineren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | rodinerend | und | gerodineerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | rodineer | rodineert | rodineert | rodineren | rodineren | rodineren |
| Imperfect | rodineerde | rodineerde | rodineerde | rodineerden | rodineerden | rodineerden |
| Toekomende tijd I | zal rodineren | zult rodineren | zal rodineren | zullen rodineren | zullen rodineren | zullen rodineren |
| Conditionalis I | zou rodineren | zou rodineren | zou rodineren | zouden rodineren | zouden rodineren | zouden rodineren |
| Perfectum | heb gerodineerd | hebt gerodineerd | heeft gerodineerd | hebben gerodineerd | hebben gerodineerd | hebben gerodineerd |
| Voltooid verleden tijd | had gerodineerd | had gerodineerd | had gerodineerd | hadden gerodineerd | hadden gerodineerd | hadden gerodineerd |
| Toekomende tijd II | zal gerodineerd hebben | zult gerodineerd hebben | zal gerodineerd hebben | zullen gerodineerd hebben | zullen gerodineerd hebben | zullen gerodineerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gerodineerd | zou hebben gerodineerd | zou hebben gerodineerd | zouden hebben gerodineerd | zouden hebben gerodineerd | zouden hebben gerodineerd |
| Imperatief | - | rodineer | - | - | rodineert | - |

