Dutch
Portuguese
Verbformen von ritmeren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ritmerend | und | geritmeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ritmeer | ritmeert | ritmeert | ritmeren | ritmeren | ritmeren |
| Imperfect | ritmeerde | ritmeerde | ritmeerde | ritmeerden | ritmeerden | ritmeerden |
| Toekomende tijd I | zal ritmeren | zult ritmeren | zal ritmeren | zullen ritmeren | zullen ritmeren | zullen ritmeren |
| Conditionalis I | zou ritmeren | zou ritmeren | zou ritmeren | zouden ritmeren | zouden ritmeren | zouden ritmeren |
| Perfectum | heb geritmeerd | hebt geritmeerd | heeft geritmeerd | hebben geritmeerd | hebben geritmeerd | hebben geritmeerd |
| Voltooid verleden tijd | had geritmeerd | had geritmeerd | had geritmeerd | hadden geritmeerd | hadden geritmeerd | hadden geritmeerd |
| Toekomende tijd II | zal geritmeerd hebben | zult geritmeerd hebben | zal geritmeerd hebben | zullen geritmeerd hebben | zullen geritmeerd hebben | zullen geritmeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geritmeerd | zou hebben geritmeerd | zou hebben geritmeerd | zouden hebben geritmeerd | zouden hebben geritmeerd | zouden hebben geritmeerd |
| Imperatief | - | ritmeer | - | - | ritmeert | - |
- risten
- ristorneren
- rit
- ritje
- ritme
ritmeren
- ritmisch
- ritmische gymnastiek
- ritprijs
- rits
- ritselen
- ritsen
- ritsig
- ritsig zijn
- ritsigheid
- ritssluiting
- ritten
- ritualiseren
- ritualist
- ritualiste
- ritualistisch
- ritueel
- ritueel formalisme
- rivaal
- rivale
- rivaliseren
- rivaliseren met
- rivaliteit
- rivalizeren
- rivier
- rivier-

