Dutch Dutch

no translation found for procureren


Verbformen von procureren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord procurerend und geprocureerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens procureer procureert procureert procureren procureren procureren
Imperfect procureerde procureerde procureerde procureerden procureerden procureerden
Toekomende tijd I zal procureren zult procureren zal procureren zullen procureren zullen procureren zullen procureren
Conditionalis I zou procureren zou procureren zou procureren zouden procureren zouden procureren zouden procureren
Perfectum heb geprocureerd hebt geprocureerd heeft geprocureerd hebben geprocureerd hebben geprocureerd hebben geprocureerd
Voltooid verleden tijd had geprocureerd had geprocureerd had geprocureerd hadden geprocureerd hadden geprocureerd hadden geprocureerd
Toekomende tijd II zal geprocureerd hebben zult geprocureerd hebben zal geprocureerd hebben zullen geprocureerd hebben zullen geprocureerd hebben zullen geprocureerd hebben
Conditionalis II zou hebben geprocureerd zou hebben geprocureerd zou hebben geprocureerd zouden hebben geprocureerd zouden hebben geprocureerd zouden hebben geprocureerd
Imperatief - procureer - - procureert -
translation - procureren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000