Dutch
Portuguese
Verbformen von procureren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | procurerend | und | geprocureerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | procureer | procureert | procureert | procureren | procureren | procureren |
| Imperfect | procureerde | procureerde | procureerde | procureerden | procureerden | procureerden |
| Toekomende tijd I | zal procureren | zult procureren | zal procureren | zullen procureren | zullen procureren | zullen procureren |
| Conditionalis I | zou procureren | zou procureren | zou procureren | zouden procureren | zouden procureren | zouden procureren |
| Perfectum | heb geprocureerd | hebt geprocureerd | heeft geprocureerd | hebben geprocureerd | hebben geprocureerd | hebben geprocureerd |
| Voltooid verleden tijd | had geprocureerd | had geprocureerd | had geprocureerd | hadden geprocureerd | hadden geprocureerd | hadden geprocureerd |
| Toekomende tijd II | zal geprocureerd hebben | zult geprocureerd hebben | zal geprocureerd hebben | zullen geprocureerd hebben | zullen geprocureerd hebben | zullen geprocureerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geprocureerd | zou hebben geprocureerd | zou hebben geprocureerd | zouden hebben geprocureerd | zouden hebben geprocureerd | zouden hebben geprocureerd |
| Imperatief | - | procureer | - | - | procureert | - |
- procesvoering
- procesziek
- proclameren
- proconsul
- procreëren
procureren
- Procureur des Konings
- Procureur-Generaal
- procédé
- prodigieus
- producent
- producente
- producer
- produceren
- producerend
- producertalent
- produkt
- produktie
- produktief
- produktiviteit
- proef
- proef-
- proefdier
- proefdraaien
- proefkonijn
- proeflassen
- proeflezen
- proefneming
- proefondervindelijk
- proefopname
- proefperiode

