Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch preken in WikipediaSearch preken in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch preken has 2 meanings, 3 synonym groups and 4 synonyms

English

  • preach Info 
  • sermonize Info 

German

  • predigen Info
  • vorpredigen Info

French

  • prêcher Info 
  • sermonner Info 

Italian

  • predicare Info 
  • sermoneggiare Info

Spanish

  • predicar Info 
  • sermonear Info

Dutch

  • preken
    • denigrerend
    • godsdienst

Portuguese

  • dar sermão Info
  • pregar Info

Swedish

  • predika Info

Synonyms for preken

betogen : oreren, redeneren
zedemeesteren : zedemeesteren
prediken : verkondigen

Verb forms of preken

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord prekend und gepreekt
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens preek preekt preekt preken preken preken
Imperfect preekte preekte preekte preekten preekten preekten
Toekomende tijd I zal preken zult preken zal preken zullen preken zullen preken zullen preken
Conditionalis I zou preken zou preken zou preken zouden preken zouden preken zouden preken
Perfectum heb gepreekt hebt gepreekt heeft gepreekt hebben gepreekt hebben gepreekt hebben gepreekt
Voltooid verleden tijd had gepreekt had gepreekt had gepreekt hadden gepreekt hadden gepreekt hadden gepreekt
Toekomende tijd II zal gepreekt hebben zult gepreekt hebben zal gepreekt hebben zullen gepreekt hebben zullen gepreekt hebben zullen gepreekt hebben
Conditionalis II zou hebben gepreekt zou hebben gepreekt zou hebben gepreekt zouden hebben gepreekt zouden hebben gepreekt zouden hebben gepreekt
Imperatief - preek - - preekt -

Dutch Translation of words containing preken

preken - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish