preciseren
has, one synonym group and 3 synonyms
Dutch
German
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of preciseren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | preciserend | und | gepreciseerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | preciseer | preciseert | preciseert | preciseren | preciseren | preciseren |
| Imperfect | preciseerde | preciseerde | preciseerde | preciseerden | preciseerden | preciseerden |
| Toekomende tijd I | zal preciseren | zult preciseren | zal preciseren | zullen preciseren | zullen preciseren | zullen preciseren |
| Conditionalis I | zou preciseren | zou preciseren | zou preciseren | zouden preciseren | zouden preciseren | zouden preciseren |
| Perfectum | heb gepreciseerd | hebt gepreciseerd | heeft gepreciseerd | hebben gepreciseerd | hebben gepreciseerd | hebben gepreciseerd |
| Voltooid verleden tijd | had gepreciseerd | had gepreciseerd | had gepreciseerd | hadden gepreciseerd | hadden gepreciseerd | hadden gepreciseerd |
| Toekomende tijd II | zal gepreciseerd hebben | zult gepreciseerd hebben | zal gepreciseerd hebben | zullen gepreciseerd hebben | zullen gepreciseerd hebben | zullen gepreciseerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gepreciseerd | zou hebben gepreciseerd | zou hebben gepreciseerd | zouden hebben gepreciseerd | zouden hebben gepreciseerd | zouden hebben gepreciseerd |
| Imperatief | - | preciseer | - | - | preciseert | - |
.: synonyms for preciseren
- precies
- precies omschrijven
- preciesheid
- precipitatie
- precipiteren
preciseren
- precisie
- precizeren
- preconiseren
- preconizeren
- predestinatie
- predestineren
- prediceren
- predikaat
- predikant
- predikantswoning
- predikatief
- prediken
- prediker
- predisponeren
- predomineren
- preek
- preekstoel
- prefabriceren
- prefectuur
- prefereren
- prefigeren
- prefigureren
- prefix
- prehistorie
- prehistorisch

