Dutch Dutch

no translation found for pozen


Verb forms of pozen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord pozend und gepoosd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens poos poost poost pozen pozen pozen
Imperfect poosde poosde poosde poosden poosden poosden
Toekomende tijd I zal pozen zult pozen zal pozen zullen pozen zullen pozen zullen pozen
Conditionalis I zou pozen zou pozen zou pozen zouden pozen zouden pozen zouden pozen
Perfectum heb gepoosd hebt gepoosd heeft gepoosd hebben gepoosd hebben gepoosd hebben gepoosd
Voltooid verleden tijd had gepoosd had gepoosd had gepoosd hadden gepoosd hadden gepoosd hadden gepoosd
Toekomende tijd II zal gepoosd hebben zult gepoosd hebben zal gepoosd hebben zullen gepoosd hebben zullen gepoosd hebben zullen gepoosd hebben
Conditionalis II zou hebben gepoosd zou hebben gepoosd zou hebben gepoosd zouden hebben gepoosd zouden hebben gepoosd zouden hebben gepoosd
Imperatief - poos - - poost -
translation - pozen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000