peper
has 2 meanings
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- pentatlon
- penteren
- penthouse
- penvriend
- penvriendin
peper
- peper-en-zoutkleurig
- peperbol
- peperen
- peperkoek
- peperkorrel
- pepermolen
- pepermunt
- pepermuntje
- pepermuntsnoepje
- pepermunttablet
- pepmiddel
- peppil
- peppraatjes
- pepsine
- per
- per aangetekende post
- per abuis
- per dag
- per expresse
- per expresse verzenden
- per hoofd
- per jaar
- per ongeluk
- per persoon
- per se

