search term:

parkeren

  has one meaning

Dutch Dutch

parkeren (auto's)

English English

park (auto's) parking (auto's)

German German

Parken (auto's) parken (auto's)

French French

parking (auto's) stationner (auto's)

Italian Italian

parcheggiare (auto's) parcheggio (auto's)

Spanish Spanish

aparcamiento (auto's) aparcar (auto's) estacionamiento (auto's) estacionar (auto's)

Portuguese Portuguese

estacionamento (auto's) estacionar (auto's)

Swedish Swedish

parkera (auto's)


Verbformen von parkeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord parkerend und geparkeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens parkeer parkeert parkeert parkeren parkeren parkeren
Imperfect parkeerde parkeerde parkeerde parkeerden parkeerden parkeerden
Toekomende tijd I zal parkeren zult parkeren zal parkeren zullen parkeren zullen parkeren zullen parkeren
Conditionalis I zou parkeren zou parkeren zou parkeren zouden parkeren zouden parkeren zouden parkeren
Perfectum heb geparkeerd hebt geparkeerd heeft geparkeerd hebben geparkeerd hebben geparkeerd hebben geparkeerd
Voltooid verleden tijd had geparkeerd had geparkeerd had geparkeerd hadden geparkeerd hadden geparkeerd hadden geparkeerd
Toekomende tijd II zal geparkeerd hebben zult geparkeerd hebben zal geparkeerd hebben zullen geparkeerd hebben zullen geparkeerd hebben zullen geparkeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geparkeerd zou hebben geparkeerd zou hebben geparkeerd zouden hebben geparkeerd zouden hebben geparkeerd zouden hebben geparkeerd
Imperatief - parkeer - - parkeert -
translation - parkeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000