Dutch Dutch

no translation found for paraisseren


Verb forms of paraisseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord paraisserend und geparaisseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens paraisseer paraisseert paraisseert paraisseren paraisseren paraisseren
Imperfect paraisseerde paraisseerde paraisseerde paraisseerden paraisseerden paraisseerden
Toekomende tijd I zal paraisseren zult paraisseren zal paraisseren zullen paraisseren zullen paraisseren zullen paraisseren
Conditionalis I zou paraisseren zou paraisseren zou paraisseren zouden paraisseren zouden paraisseren zouden paraisseren
Perfectum heb geparaisseerd hebt geparaisseerd heeft geparaisseerd hebben geparaisseerd hebben geparaisseerd hebben geparaisseerd
Voltooid verleden tijd had geparaisseerd had geparaisseerd had geparaisseerd hadden geparaisseerd hadden geparaisseerd hadden geparaisseerd
Toekomende tijd II zal geparaisseerd hebben zult geparaisseerd hebben zal geparaisseerd hebben zullen geparaisseerd hebben zullen geparaisseerd hebben zullen geparaisseerd hebben
Conditionalis II zou hebben geparaisseerd zou hebben geparaisseerd zou hebben geparaisseerd zouden hebben geparaisseerd zouden hebben geparaisseerd zouden hebben geparaisseerd
Imperatief - paraisseer - - paraisseert -
translation - paraisseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000